25 November 1749

Tusschen Grietien Jans meerderjarige dogter van Jan Eibes en Henderiekien Harmens op Zuidlaarderveen impetrante ter eene en Roelof Roelofs minderjarige soon van wijlen Roelof Oldenziel Tegenwoordigh woonagtigh in de Wildervank Gerequireerde ter andere zijden,

  

dolerende impetrante tot Gerequireerde na voorgaande trouwbeloften terwijl bij elkander op Zuitlaarderveen woonagtigh waren geweest  impetrante tot vleeschelijke gemeenschap hadden gesedueert waar van Beswangert was geworden, en onlangs in de kraam bevallen zijnde van een jonge soon, Contenderende  impetrante na voorgaande bestiers arrest tot sukdatie van Jurisdictie op beklaagden vaste goederen op Zuitlaarderveen aandesselfs Stiefvader gedaan. ten einde beklaagde geassisteert met sijn hooftmomber gecondenmeert mag te worden sijn gedane trouwbeloften te moeten adempleren, om met clagerse coram facie Eeclese te trouwen. Haar voor sijn Egte vrouw als ook het geborene kint voor het zijne aan te nemen en Gehouden. Edogh bij ontstentenisse van dien, aan Klagersche voor defloratie dotatie en kraamkosten te betalen een somma van hondert Ducatons bovens de alituire en onderhoud des kinds, Cum Expensis.

Ten dien sijnde poserende dat,  impetrante negen jaren in een huis met Gerequireerde gewoont heeft Bij de Ouders van Gerequireerde uitgesondert weijnig tijd voor Meij-1749 wanneer wegens het kramen uit de huize is gegaan, dat enigen tijdt familiar met malkanderen hadden verkeert op de Spinnemaalen, en Gerequireerde ook wel was geweest op het bedde van  impetrante. Dat selfs volgens de gedagten van de mede momber Gerequireerde vader van de frugt sou Sijn het welk Gerequireerde Selfs tacite geconfesseert Sou hebben. Waar mede  impetrante vermeende haar Geposeerde den genoege Regtens te hebben bewesen, presenterende ten allem overvloede haar geposeerde met eede te sterken, en dat in allen gevalle versogte met Gerequireerde te mogen werden geconfronteert.

 Uit naam van Gerequireerde vierde Geobjecieert de Exceptio van probati Libille et non Competentis actionis, Vermits volgens alle de bewijsdommen door impetrante geallegeert niets tot laste van erequireerde nog ten opsigte van de impraguatie nog van de trouw of trouwbeloften sou sijn Gewesen, daar bij doende dat impetrante selfs gesegt hadde niet te weten. Dat ook seer familiair met andere Jongelingen tijdelijks hadde verkeert, dat impetrante de Gerequireerde als seer jong sijnde hadde soeken te verleijden.

Partijen bij Replijk en Dieplijk hare vorige middelen in harerende en daar op geconfronteert Sijnde. Diennen en Verklaren Assessor en fierentwintigh Etten de impetrante in hare genoment eijsen en Conclusie ongefundeert, Condenmerende de impetrante in de kosten.

 Mercurie den 3 Dec: Ante Meridiem