A.G. Wildervanck

Zijn naam is in een der grootste Veenkoloniale gemeenten bewaard. Onze pen moge thans zijn beeld schetsen als waardig vertegenwoordiger van de mannen aan wie deze Veenkoloniën hun opkomst danken. Zijn helder oog meet de omgeving met een scherpen blik. Wij lezen op zijn gelaat lust tot leven, moed tot werken en ondernemingszucht.

Zijn trekken getuigen van een vasten wil. Geen rampen vermogen dezen fieren geest te buigen, geen hinderpalen schrikken hem af. Hij zal moeten strijden tegen ontrouwe compagnons, zijn beste bedoelingen zullen miskend worden, kostbare processen brengen hem aan de rand van den ondergang. Maar aan al deze vijandelijke machten biedt hij weerstand met heldenmoed.

Deze karakterschets is rond 1886 opgetekend in de bloemrijke taal van de schoolmeester Hindrik Top uit Veendam. Over Adriaan Geerts Wildervanck is veel geschreven, gebaseerd op wat er toen over hem bekend was of wat men hem toedichtte. Dr W.J. Koppius schreef in jaargang 1932 van het Maandblad Groningen een artikel waarin hij stelde dat Adriaan Geerts in Amsterdam is geboren als Ardjan Gerrits op 12 november 1605. De historicus A.Pathuis reageerde daarop in de Groninger Volkasalmanak van 1941 door te melden dat de gemeentearchivaris van Amsterdam de doopakte van hem niet bezat. Koppius verdedigde zijn zienswijze door te stellen dat zijn vader met zijn oudere broer Gerryt, zijn zusje Annetien en broertje Jan naar Amsterdam was verhuisd. Adriaan werd op jeugdige leeftijd door zijn grootouders van moederskant in Groningen geadopteerd. Als vermogend man kon hij in 1630 een goed huwelijk sluiten met Gretien Adreians of Grietien Jansen of Margaretha Hardenberg. Zij was de dochter van een gegoede koopman uit de Steentilstraat in Groningen. Uit haar familie kwam het regentengeslacht Wichers voort . In de tweede wereldoorlog hebben de Duitsers een gevechtspost gebouwd in het gebouw van de Groninger archieven. De belangrijkste archieven zijn toen tijdelijk ondergebracht in het klooster van Ter Apel. De toenmalige archivaris A. Pathuis ontdekte daarbij een aantal archiefdozen met stukken over Adriaan Geerts Wildevanck die men tot dan toe niet kende. In een rede ter gelegenheid van het 300 jaar bestaan van het dorp Wildervank in 1947 heeft Pathuis het leven van Adriaan Geerts Wildervanck beschreven met daarin de informatie die toen pas bekend was geworden . Deze rede is afgedrukt in een artikel in de Groningse Almanak van 1947. Het onderstaande verhaal over zijn levensloop is hier grotendeels uit ontstaan.

Adriaan Geerts werd in 1605 geboren in de Oude Ebbingestraat nr 69 in Groningen waar de smederij van zijn vader gevestigd was. De familie behoorde tot de gezeten burgerij en had een positie om in aanmerking te komen voor benoeming in de stadsregering. Hij huwt in 1630 met Grietien Jansen; later noemde zij zich Margaretha Hardenberg.

In 1635 werd hij solliciteur voor een legeronderdeel. Dat betekende dat hij belast was met de aankoop van levensmiddelen en optrad als betaalmeester. wapen herinnert aan de volgende legende : Margaretha Hardenberg. Voortvarend als hij was, slaagde hij er tegelijkertijd in bij een ander legeronderdeel dezelfde functie uit te oefenen en ook nog pachter te zijn van het ,,Herenwijnhuis`` in Groningen. Verder handelde hij in sterke drank, ossen, pelswerken, olifantstanden en laken. Op 28 oktober 1643, op een zaterdagavond, strandde tijdens een storm het schip ,,De Euvelgunne`` op de ,,Boschplaat” tussen Rottum en Schiermonnikoog. Het schip was op weg van Engeland naar Hamburg en was geladen met balen lakenstof. Adriaan Geerts Wildervanck was handelsagent voor de eigenaren van de lading. Later deed hij met deze mensen zaken als compagnons in ,,de Groninger Borgerencompagnije” . Na de stranding probeerde de bemanning de in zee drijvende balen lakenstof te bergen. De eilandbewoners hielpen ijverig mee. Het was immers een eeuwenoude gewoonte dat een derde van de waarde de bergers toe kwam. Adriaan Geerts. dacht daar anders over. Volgens hem gold dat alleen als de bemanning het schip had verlaten. Hij procedeerde hier twee jaar over. De regering van Engeland en de Nederlandse Staten Generaal bemoeiden zich er tenslotte mee en besloten dat Engeland een derde van de waarde van de lading zou afstaan aan de bergers. Adriaan Geerts was het hier niet mee eens en procedeerde op eigen kosten verder, hoewel de eigenaren van de lading wel akkoord waren gegaan met deze regeling. Hij werd na twee jaar procederen in het ongelijk gesteld en veroordeeld tot de kosten en een boete. Hij wist het betalen van de boete nog twaalf jaar uit te stellen. Het had hem veel geld gekost. Zijn solliciteurskas vertoonde in 1650 een tekort van 9000 caroliegulden. Ook in zijn andere handelsactiviteiten kende hij tegenslagen. Dominee Sannes schreef: ,,hij verloor in één jaar wel zes schepen met wijn op zee`` . Turfgraven was actueel in die dagen en Adriaan Geerts zag in de vervening mogelijkheden om geld te verdienen. Hij vestigde zich in Pekela om daar de kunst van het turfgraven af te kijken. Hij leende voor zijn verveningsactiviteiten geld van ,,de kleine man” . Adriaan Geerts nam deel in diverse ondernemingen om venen te exploiteren. De strijd om van de voornaamste eigenaren van de veengebieden het gewest ,, Stad en Ommelanden” en de stad Groningen zelf concessies te verkrijgen ging niet bepaald fijnzinnig. Handelen met voorkennis door ambtenaren en bestuurders van de stad Groningen. Onderlinge afspraken met compagnons die niet werden nagekomen. Zodat Adriaan Geerts vertwijfeld aan zijn vriend Werumeus schreef: ,, Hij, dat is de notaris publicus en makelaar in venen A.F. Hoogezandt, heeft volgens zijn aangeboren natuur het contract overtreden, en in plaats van drie wel dertig lieden in onze onderneming opgenomen.” De boetebepaling dat bij overtreding van dit contract duizend gulden ,,voor de armen” betaald moest worden was kennelijk te laag. Een andere zakenvriend Willem Titsinghe, drong er bij de vervener Oldenzeel uit Zuidlaren op aan om tegen Adriaan Geerts te procederen tegen de aanleg van een sluis in Wildervank. ,,Als jij tegen de Paep gaat procederen is dat voor hem de financiële genadeklap en kun jij voor hem in de plaats deelnemer worden in onze onderneming”. En zo zijn er wel meer van dergelijke praktijken bekend over de projectontwikkelaars in venen. Procederen en elkaar bedriegen was niet ongebruikelijk in die jaren. En Adriaan Geerts deed daar volop aan mee. Adriaan Geerts was een gelovig man. Werden er winstgevende zaken gedaan , dan werd ter ere van God een kerk of een school gesticht. De historicus M.A.W.Gerding wilde rond 1985 onderzoek doen naar Adriaan Geerts. In de Groninger archieven vertelde men hem dat op de archiefstukken over hem het stempel ,,niet toegankelijk” stond. Op zijn vraag waar dat voor diende , kwam men op de archieven tot de conclusie dat inzage al vele jaren ten onrechte geweigerd was. De toenmalige archivaris Pathuis wilde na de oorlog een boek schrijven over Adriaan Geerts. Op de archief dozen kwam toen dat stempel niet toegankelijk. Pathuis heeft zijn boek niet kunnen realiseren. Hij heeft nog wel een paar artikelen over Adriaan Geerts geschreven, maar werd ziek en is overleden. Gerding kreeg nu natuurlijk wel toegang tot deze stukken en rekende Adriaan Geerts na wat de opbrengsten van zijn venen zouden kunnen zijn . Adriaan Geerts nam in zijn berekeningen de voornaamste kostenpost, de aanleg van de kanalen niet mee. Ook de te betalen accijns aan de stad Groningen rekende hij niet. Het was dan ook niet verwonderlijk dat hij al spoedig in financiële problemen kwam. Zijn zoon Gerhard trouwde in 1655 met Hemma Emmen. Na de bruiloft vertrokken vader en zoon Wildervanck naar Amsterdam om een geldlening af te sluiten bij de Amsterdamse koopman Michael Amia . De akte zou tevens dienen als het testament van Adriaan Geerts en bevatte de schenking van grote terreinen aan zijn beide kinderen. Michael Amia was gehuwd met een dochter van de schatrijke industrieel en koopman Lodewijk de Geer. Een zuster van de Geer was gehuwd met professor Tobias Andreae uit de Stad. Deze was ook eigenaar van venen. Gerding stelt, dat Adriaan Geerts door deze mensen in contact is gekomen met Michael Amia. Deze verstrekte hem een hypotheek van 250000 gulden, een bijzonder grote som in die tijd. Het onderpand aan venen werd berekend op 700000 gulden. In totaal zou hij 7500 morgen veen (6150 hectare) in bezit hebben. Adriaan Geerts was over de hypotheek 5% rente per jaar verschuldigd. Verder was hij allerlei andere verplichtingen tegenover Amia aangegaan. Adriaan Geerts sprak met Amia af, dat zijn vrouw met de afspraken zou moeten instemmen. Hij had op dat moment echter al een verklaring op zak waarin stond dat zijn vrouw Margaretha tegen de overeenkomst was, zodat hij deze voorwaarden niet hoefde na te komen. Al spoedig bleek de financiële last van de lening te zwaar. Hij moest besluiten de venen die hij had bestemd voor zijn pensioen aan de oostzijde van Wildervank te koop zetten. Hij had in Veendam al een huis gebouwd ,,Sorghvliet” genaamd. Het lag aan de ,,Bocht in het Oosterdiep” , ongeveer op de plek waar de zaak van vroeger Carel Wind was gevestigd, nu is het een kaal terrein. Van de opbrengst van zijn venen aan de oostzijde van Wildervank wilde hij daar later gaan leven als ,,de heer van het dorp” en alle schepen zouden tol moeten betalen voor de bruggen en sluizen in zijn Ooster- en Westerdiep. Deze droom is niet uitgekomen. Uit geldnood verkocht hij zijn eigen particuliere venen aan de Amsterdamse kooplieden Abraham en David Sena en zoals te verwachten was aan Adriaan Trip en zijn schoonvader Lodewijk de Geer.

In het kerkboek van de kerk van Wildervank is het jaartal verminkt, er staat 166? Den 24 November op Sondagh tusschen 11 en 12 uyren is Adriaen Geerdis Wildervanck gestorven ende den 5 December op Woensdags in den Wildervancksche kercke begraven. Historici gaan uit van het jaartal 1661 op de leeftijd van 56 jaar. Zijn vrouw Margaretha Hardenberg stierf tussen 24 November 1661 en 12 Juni 1662.

De eerste steen van deze kerk was door hem gelegd op 24 september 1659. De inwijding vond eerst vele jaren later plaats op 17 juli 1687. Waar of waarschijnlijk niet waar, het blijft een mooi verhaal waarom Adriaan Geerts Wildervanck deze kerk heeft gesticht.

Zijn vrouw Margaretha Hardenberg viel tijdens een wandeling op de heide in slaap. Zij schrok wakker doordat een adder over haar arm kronkelde. Omdat zij elk ogenblik de dodelijke beet verwachtte, legde ze in doodsangst de belofte af om op die plaats een kerk te laten bouwen, indien ze gespaard bleef. Het reptiel gleed vervolgens van haar arm en verdween in de heide. Om deze kerk ontstond later Wildervank.

Op de gedenksteen uit 1858 in de kerkmuur staat: Hulde aan Adriaan Geerts Wildervanck geboren in 1605 gestorven in 1661, ontginner en aanlegger van de veenstreken Wildervanck en Veendam, waarmede hij in 1649 is begonnen. Op de Grafsteen van Adriaan Geerts Wildervanck staat :

Hier rust A.Wildervanck

Die een van beide kercken

Die hier ter ere Gods gesticht door syne wercken.

Volveerdig heeft bekleefd Besloten door een steen.

De naam van Wildervanck blijft eeuwig in het veen.

In 1856 is de grafkelder geopend en trof men twee kisten aan, waarvan men aannam dat het om Adriaan Geerts en Margaretha Hardenberg ging. Zeker is dat niet, omdat Pathuis heeft vastgesteld dat deze grafkelder nog diverse malen door leden van de familie Wildervanck is gebruikt. Zijn kinderen Gerhard en Tobia werden direct na de begrafenis geconfronteerd met de schuldeisers van hun ouders. Alleen al bij Michael Amia had Adriaan Geerts nog een schuld van 172000 gulden. Dochter Tobia was een paar maanden na de dood van haar ouders gehuwd met de als zonderling omschreven Nicolaas Waecker. Zij vestigden zich in Nieuw Beerta. Hier werd hij door omkoping predikant. Het echtpaar kon de spanningen die de erfenis met zich meebracht niet aan en verkocht Tobia`s aandeel voor 15000 gulden of zoveel minder als hem mocht goeddunken aan Adriaan Trip. Voor dat bedrag nam Trip ook haar aandeel in de schulden van haar vader over.In 1680 verlaat Nicolaas Waker vrouw en kinderen en vertrekt naar Nieuw Guinéa. Het is nu Adriaan Trip die in het vervolg de lakens uitdeelde in de venen van A.G.Wildervanck, ook al is zoon Gerhard Wildervanck mede-eigenaar. Op 19 december 1662 gaan zij samen een overeenkomst aan en verbinden zich om in de toekomst elkaar de behulpsame hand te geven en als broeders, het door vader aangevangen levenswerk te voltooien. Er werd weer net als in de tijd van Adriaan Geerts Wildervanck veel en langdurig geprocedeerd. De zaken waren zo ingewikkeld, dat zij werden voorgelegd aan alle Universiteiten in de Nederlanden. Dit is niet verwonderlijk, alleen al over het contract van de lening met Michael Amia werd na zijn dood meer dan tien jaar geprocedeerd. En of hij op 28 november 1648 de Westersche venen van het kerspel Noord en Zuidbroek heeft gepacht, of dat Jan Jansen Oldenseel op 11 november 1648 dezelfde of andere venen heeft gepacht is onduidelijk. De indruk ontstaat, dat er door historici nog veel onderzoek moet worden gedaan naar deze documenten over Adriaan Geerts. In 1682 overleed Gerhard Wildervanck . Van de kleinkinderen van Adriaan Geerts Wildervanck werd mr.Adriaan landschrijver van de beide Oldambten. Mr Everhard werd rentmeester der Ommelanden. Ook hun nageslacht huwde meestal binnen de regentenklasse en bekleedde vaak vooraanstaande ambten in de Stad of bij het gewest ,,Stad en Ommelanden”. Een kleindochter van Gerhard, Catharina, huwde met gilderechtsheer Emmen. Deze Nicolaus Emmen had ook belangen in de venen, onder andere in de Zuidwending . Zij kochten in 1764 ,,Woellust”. De schatrijke Albert Jan Sichterman bouwde dit buitenhuis in 1745. Het lag aan het begin van de Oranjevaart of ,,Nulwijk” in Wildervank aan het Oosterdiep. De eigendommen van ,,Woellust” lagen aan deze Oranjevaart tot aan het Borgercompagniesterdiep. Op deze buitenplaats had Sichterman een uitgebreide fazantenkwekerij en een Sterrenbos aangelegd. Sichterman beschikte over een fraai gebeeldhouwde snikke, met deze trekschuit kon hij comfortabel over water reizen. Op de hervormde kerk van Wildervank is in 1857 een gedenksteen voor Adriaan Geerts Wildervanck aangebracht waarvan het opschrift eindigt met: ,,de naam Wildervanck blijft eeuwig in het veen”. Er is een soort legende over hem ontstaan die niet altijd met de feiten overeenkomt. Zijn levensloop is waarschijnlijk beter weergegeven door de historicus A.Pathuis die hem heeft geschetst als uitermate levenslustig en vasthoudend, maar tevens grenzeloos overmoedig en brutaal .

Verslag: Egge Vos

Bronnen: Groningse Volksalmanak jaargang 1947 pag 89 ev, 350 jaar Veendam- Wildervank pag 64 ev, J.Sannes, De opkomst van Veendam pag 14, M.A.W. Gerding Vierhonderd jaar Veenkoloniën pag 260 ev, Bibliotheek Veenkoloniaal Museum diversen, E l. Vos pag 121 ev. Genealogie familie Oldenziel, M.de Lange-pag 88. Geschiedenis der Groninger Veenkoloniën, H.J.Top-pag 92 ev.